
Mickey over dromen
Die avond voer het papieren bootje met daarin Lucas en Leo verder langs het levenskanaal.
De nacht was zachter geworden en de sterren spiegelden in het water alsof de hemel even was komen rusten op aarde.
In de verte verscheen een hoge vuurtoren. Zijn licht draaide langzaam rond. Niet fel of streng maar sympathiek en warm. Alsof iemand zei: “Hierheen jongens, volg je dromen.”
Lucas keek omhoog. “Waarom bestaan vuurtorens?” vroeg hij. “Omdat zelfs dromers soms richting nodig hebben,” fluisterde de maan.
Het bootje dobberde verder langs kleine huisjes met licht achter de ramen.
Plots sprong iemand vrolijk tussen de straatjes vandaan.
Hij had grote schoenen, ronde oren en een lach die de hele nacht leek op te lichten.
“Héla hola hopsa, vriendjes”, riep Mickey Mouse terwijl hij naast het bootje meeliep.
“Zijn jullie klaar voor het volgende stukje van de reis?”
Lucas knikte enthousiast. Leo wees vragend naar het grote gebouw verderop. De ramen straalden warm licht uit, alsof binnen allemaal verhalen woonden.
“Dat is een school. Daar leren kinderen lezen”, zei Mickey.
“Maar we leren er ook luisteren, vragen stellen, opnieuw proberen en ontdekken wie ze zijn.”
“Moet je daar dan hard werken?” vroeg Lucas.
Mickey lachte.“Ja, maar hard werken aan iets waar je van droomt voelt een beetje als een leuk avontuur.”
De maan keek al even toe en zag hoe Lucas en Leo verwonderd waren over hoe een school werkte. Hij fluisterde geruststellend: “In een school leren kindjes niet alleen sommetjes en woorden. Maar ook hoe je zacht blijft in een harde wereld en hoe je anderen helpt. Je leert er samen spelen en samen delen.”
De vuurtoren draaide opnieuw zijn warme licht over het water. Ondertussen zette Mickey zich even op de rand van het bootje. “Ik zal je mijn geheimpje verklappen”, zei hij.
“Als je een echte droom hebt in het leven dan kan je die altijd realiseren!”
“Maar wat als iets moeilijk wordt?” vroeg Leo een beetje angstig.
Mickey glimlachte. “De mooiste dromen vragen tijd, stapjes, fouten, moed en nog eens proberen.” Hij wees naar de vuurtoren. “Zie je dat licht daar?
Dat zegt niet waar je moet varen. Het helpt je wel dat je nooit hoeft op te geven wanneer het even donker wordt. Zo weet je zeker dat je op je droombestemming komt.”
Het bootje voer verder langs trappen en kleine straatjes, langs plaatsen waarin later herinneringen zouden groeien.
Ergens tussen het water, het licht en de sterren beseften Lucas en Leo dat dromen niet alleen gemaakt zijn om naar te kijken, maar om langzaam naartoe te varen.