
Het circus en een kleine prins
Het papieren vliegtuigje vloog die nacht hoger dan ooit tevoren. Lucas en Leo zaten dicht naast elkaar op de gevouwen vleugels van papier terwijl de warme wind zacht langs hun haren streek.
In de verte zagen ze lichtjes fonkelen tussen de appelbomen van Haspengouw.
“Daar moeten jullie vannacht zijn,” gaf de maan de richting aan.
Langzaam begon het vliegtuigje te dalen.
Toen zagen ze het. Midden tussen de boomgaarden stond een bijzonder circus.
Geen luid of druk circus. Het was een wonderlijk stil circus, alsof het speciaal gebouwd was voor dromers. De tent glansde zacht in het maanlicht. Tussen de bomen wandelden dieren vrij rond.
De geur van gras, appels en nacht hing overal om hen heen. Wat een magisch moment.
Een olifant wiegde rustig heen en weer. Een leeuw lag lui in het gras een liedje te neuriën.
Een giraf knabbelde voorzichtig aan een appel uit een boom.
“Zijn ze niet opgesloten of moeten geen bizarre trucjes doen”, merkte Leo op.
“Nee, vrienden”, antwoordde een zachte mysterieuze stem boven hen.
“Sommige dingen worden mooier wanneer ze vrij mogen blijven.”
Lucas keek omhoog. De stem kwam uit een motorvliegtuigje dat boven hen was komen vliegen.
Het landde tussen de appelbomen. Plots zagen ze een klein jongetje op een oude houten omheining zitten. Een sjaal wapperde achter hem in de wind. Het was de piloot van dat vliegtuigje.
“Wie ben jij”, vroeg Lucas nieuwsgierig.
“Noem me maar Kleine Prins”, antwoordde de piloot.
Hij keek niet naar het circus en de dieren en ook niet naar de fonkelende lichtjes.
Hij keek lief naar Lucas en Leo.
“Mooi hé”, glimlachte de Kleine Prins.
Lucas knikte enthousiast: “Het circus is prachtig!”
Maar de Kleine Prins schudde zacht zijn hoofd. “Dat bedoel ik niet. Dat is niet wat ik zie.”
Leo fronste van onbegrip het voorhoofd. “Wat dan?”
De Kleine Prins legde zijn hand op zijn hart en zei: ”Je kunt alleen goed zien met je hart. Het essentiële is onzichtbaar voor de ogen. Oefen er maar op en je zal het voelen.
Even werd alles stil, alsof zelfs de wind luisterde. Lucas keek rond. Hij zag de olifant, de tent. de appels, de sterren. Maar plots voelde hij ook iets anders.
Hoe fijn voelde het dat Leo altijd naast hem zat. Hoe warm voelde de glimlach van mama en papa die hij zich herinnerde. Hoe rustig voelde nacht wanneer nooit iemand boos was.
Hoe zalig voelt het om niet bang te zijn van wilde dieren. Hoe mooi voelt dromen in vrijheid eigenlijk.
De Kleine Prins glimlachte.
“De belangrijkste dingen kan je niet altijd zien met je ogen, maar voel je wel meteen in je hart.
Liefde is zoiets en vriendschap ook. Maar ook vertrouwen of verwondering. Zelfs jullie warme thuis kan je hartje echt zien.”
“Pak de wind onder jullie vleugels en stijg maar op”, zei de maan stilletjes. “Ga de wereld ontdekken en kijk met jullie hartje.”
Boven de appelbomen zweefden Lucas en Leo zo zachtjes verder de nacht in op naar nieuwe ontmoetingen.
En ergens diep vanbinnen begrepen ze dat de wereld mooier wordt door kleine dingen te zien die je hart groot maken.