top of page
tekening7.jpg

Vlucht over de banaan.

Het was ver na middernacht en het papieren vliegtuigje vloog hoger dan het ooit gevlogen had.
Het was net alsof het wist waar het naartoe moest.

Lucas en Leo zaten vooraan op de punt van het vliegtuigje terwijl onder hen de wereld langzaam kleiner werd. In de verte zagen ze het blauwe kasteel opnieuw.

De torens staken hoog boven de bomen uit en bovenop één van de torens stond een prinses. Beneden stond een ridder haar te bewonderen. Met een schild in zijn hand en met moed in zijn hart.

Leo wees ernaar. “Waarom blijft hij daar wachten?”

De maan glimlachte. “Omdat liefde soms moed en geduld vraagt.”

Lucas keek nieuwsgierig naar de prins. “Moet je dan altijd vechten zoals een ridder?”
“Neen”, zei de maan, “maar echte liefde vraagt wel moed”
“Durven zeggen wat je voelt, durven zorgen voor iemand en durven terugkomen wanneer iets moeilijk wordt.”

Terwijl Lucas en Leo erover nadachten zweefden ze verder over de tuinen van het kasteel. Daar zagen ze plots iets heel vreemds. Een banaan op een schommel, rustig heen en weer wiegend in de nachtwind.

Leo lachte zich krom. “Haha, waarom zit die banaan nu te schommelen?”
Lucas schudde zijn hoofd. “Dat slaat toch nergens op!”

“Misschien net daarom”, zei de maan en liet het vliegtuigje even trager vliegen. “Sommige dingen bestaan gewoon omdat iemand het durfde te bedenken.”

Boven hen ging plots een kleine gloeilamp branden. Alsof er zomaar een nieuw idee geboren werd. “Creativiteit, begint vaak met iets waarvan anderen eerst zeggen dat het gek is”, zei de maan. 
Lucas keek opnieuw naar de banaan. “Dus grappige dingen zijn belangrijk?”

“Heel belangrijk,” mompelde de maan terwijl hij zich eens draaide tussen de sterren. “Ook humor is belangrijk. Eens lachen maakt zware dagen lichter.”
“Fantasie opent deuren die eerst gesloten lijken. En mensen die durven spelen met ideeën of lachen met serieuze dingen kunnen soms de wereld veranderen.”

Het papieren vliegtuigje steeg weer wat hoger. En daarboven, tussen de wolken, zweefde een grote luchtballon. In het mandje zaten mama en papa. Niet dichtbij, maar ook nooit ver weg.

Mama hield haar hand op haar hart terwijl ze keek naar Lucas en Leo. Papa glimlachte trots en rustig. Alsof hij wist dat het leven soms een beetje spannend maar ooh zo prachtig zou worden.

“Zien ze ons en zijn ze niet bang dat we vallen?” vroegen Lucas en Leo aan de maan.

De maan keek even vragend naar de luchtballon. “Ja, een beetje wel”, reageerde hij eerlijk.

“Waarom laten ze ons dan vliegen?”

“Omdat mama en papa geloven dat je alleen maar bevlogen kan leven als je al eens een bevlieging toelaat.”  Het profetische antwoord van de maan deed de broers nadenken. Even werd het stil.

Lucas en Leo keken naar de gloeilamp, naar de banaan op de schommel, naar de kussende prins en prinses en naar mama en papa in de luchtballon.

Toen begrepen ze iets heel belangrijks. 
Dat dromen niet alleen gemaakt zijn om veilig naar te kijken… maar om in te spelen, te vliegen en soms een beetje gek te durven zijn. Want achter elke bevlieging, zit een mooi nieuw verhaal.

© 2026 Castelelu

bottom of page